Akte van Splitsing - korte versie

Van Marehof

Ga naar: navigatie, zoek

afbeelding:boek2.gif


De Akte van Splitsing van VvE Marehof is opgemaakt op 12 juni 1981
en gewijzigd op 28 mei 2003.

Het bestuur biedt u hier een verkorte versie aan van de Akte van splitsing.
O.a. artikelen met opsommingen van breukdelen en indexcijfers zijn verwijderd.
Welke artikel of lid is verwijderd, wordt ter plekke aangegeven.

Daar waar de tekst verwijst naar een artikel uit het (oude) Burgerlijk Wetboek, is in de website-versie gekozen voor een interne link naar het Nieuwe Burgerlijk Wetboek, boek 5.

Aan deze ingekorte versie kunnen geen rechten worden ontleend.


Inhoud


Akte van Splitsing Vereniging van Appartementseigenaars Marehof


TRIP notarissen Almere

COMPLEX MAREHOF TE ALMERE


Doorlopende tekst van het reglement van splitsing, zoals dat is vastgesteld in de akte, houdende wijziging van de splitsing, op 28 mei 2003 verleden voor notaris Mr. A. van der Meer te Almere, ingeschreven op het kantoor van de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers te Lelystad op 28 mei 2003 in deel 2616 nummers 82 en 103.

Na de toevoegingen (entree’s en grond ten behoeve van nieuwe winkel(s)) en onttrekking (parkeerplaatsen aan het Chirurgijnhof en de “snookerij” aan de Blekerstraat) bestaat het gewijzigde complex uit:

de percelen grond, gelegen aan de Koperslagerhof, de Touwslagerhof, de Blekerstraat, Flevostraat, Zadelmakerstraat en de Olstgracht te Almere, kadastraal bekend gemeente Almere, sectie K, nummers
5787, groot één hectare, zesentwintig are en éénentwintig centiare (01.26.21 ha),
5759, groot twee are en zestig centiare (02.60 a), 5755, groot één centiare (01 ca),
5755, groot één centiare (01 ca), 5756, groot één centiare (01 ca),
5757, groot (één centiare (01 ca), 5761, groot één centiare (01 ca),
5762, groot één centiare (01 ca), 5763, groot één centiare (01 ca),
5764, groot één centiare (01 ca), 5766, groot één centiare (01 ca),
5767, groot één centiare (01 ca), 5768, groot één centiare (01 ca),
5769, groot één centiare (01 ca), 5770, groot één centiare (01 ca),
5771, groot één centiare (01 ca), 5772, groot één centiare (01 ca),
5773, groot één centiare (01 ca), 5774, groot één centiare (01 ca),
5775, groot één centiare (01 ca), 5776, groot één centiare (01 ca),
5777, groot één centiare (01 ca) en 5782, groot drie centiare (03 ca),

met de zich daarop bevindende opstallen, bestaande uit woningen met bijbehorende bergingen, bedrijfsruimten, parkeerplaatsen, berging(en) en verder toebehoren, plaatselijk bekend Koperslagerhof 1 tot en met 42, Touwslagerhof 1 tot en met 27, Blekerstraat 1 tot en met 187 (oneven), Flevostraat 12 tot en met 78 (even), Zadelmakerstraat 25 tot en met 48 en Olstgracht 1 tot en met 155 (oneven) te Almere.



Reglement van splitsing


Definities

Artikel 1

In het reglement wordt verstaan onder:

a. “de akte”: de akte van splitsing;
b. “gebouw”: het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing is/zijn betrokken;
c. “eigenaar”: de gerechtigde tot een appartementsrecht, daaronder begrepen hij, die een beperkt zakelijk genotsrecht op een appartementsrecht heeft:
d. “gemeenschappelijke gedeelten”: die gedeelten van het gebouw, alsmede de daarbij behorende grond, die blijkens de akte niet bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
e. “gemeenschappelijke zaken”: alle zaken, die bestemd zijn of worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden, voorzover niet vallende onder d:
f. “privé-gedeelte”: het gedeelte of de gedeelten van het gebouw en de daarbij behorende grond dat/die blijkens de akte bestemd is/zijn of wordt /worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
g. “gebruiker”: degene die, anders dan als eigenaar of als hebbende een zakelijk genotsrecht op een appartementsrecht het recht van uitsluitend gebruik heeft van een privé-gedeelte en het medegebruik heeft van gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken;
h. “vereniging”: de vereniging van eigenaars als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:112 lid 1 onder e;
i. “vergadering”: de vergadering van eigenaars als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek artikel 5:112 lid 2 onder d;
j. “groepsraden”: groepen van eigenaars van appartementsrechten, aangeduid met de indexcijfers als bedoeld in artikel 15 van dit reglement.

Oprichting van de vereniging van eigenaars en vaststelling van de statuten van die vereniging

Artikel 2

Bij deze akte wordt – ter voldoening aan het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:112 lid 1 onder e - opgericht:
De Vereniging van Eigenaars van het recht van appartement in de gebouwen, bestaande uit woningen, praktijk-, kantoor-, bedrijfsruimten en parkeerplaatsen, gelegen in het plan Marehof te Almere-Stad.
De vereniging draagt de naam: VERENIGING VAN APPARTEMENTSEIGENAARS MAREHOF; zij is gevestigd in Almere-Stad.
Lid van de vereniging is ieder, die in de gebouwen als hiervoor breder omschreven een recht van appartement in eigendom heeft.
De vereniging heeft ten doel het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars van alle appartementsrechten in de splitsing begrepen.

Voor de vereniging worden vastgesteld de navolgende statuten:

Artikel 3

a. Vermogen

Het vermogen van de vereniging wordt gevormd door de bijdragen door de eigenaars, verschuldigd overeenkomstig de bepalingen van het reglement, alsmede door toevallige baten.

b. Vergadering van eigenaars
1. De vergadering van eigenaars wordt gehouden te Almere-Stad.
2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar zal een vergadering worden gehouden, waarin in overeenstemming met artikel 7 door het bestuur de exploitatierekening over het afgelopen boekjaar wordt verstrekt, die door de vergadering moet worden goedgekeurd voor de vaststelling van de definitieve bijdrage door iedere eigenaar. In deze of een eerdere vergadering wordt tevens een nieuwe begroting opgesteld voor het aangevangen of het komende jaar, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.
3.Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur of de voorzitter van de vergadering of tenminste vijf groepsraden zulks nodig achten, alsmede indien een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van tenminste één/tiende gedeelte van het hierna sub 11 bedoelde maximum aantal uit te brengen stemmen, onder nauwkeurige schriftelijke opgave van de te behandelen punten, zulks verzoekt aan het bestuur.
4. Indien een door de eigenaars verlangde vergadering niet door het bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de verlangde vergadering binnen een maand na binnenkomen van het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen, met inachtneming van dit reglement.
5. Door de vergadering worden uit de eigenaars een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter benoemd. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter worden voor onbepaalde tijd benoemd, met dien verstande, dat zij als zodanig van rechtswege defungeren, zodra zij ophouden eigenaars te zijn. Zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden ontslagen.
6. De voorzitter casu quo de plaatsvervangende voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen; bij hun afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van tenminste veertien dagen, de dag van oproeping en die van de vergadering niet meegerekend en wordt verzonden naar de werkelijke of de in overeenstemming met artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek, gekozen woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de punten der agenda, alsmede de plaats van de vergadering.
7. De plaatsvervangende voorzitter treedt op ingeval van ontstentenis of belet van de voorzitter.
8. De aanwezigheid ter vergadering blijkt uit de vóór de aanvang van de vergadering ondertekende presentielijst.
9. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:123 lid 3.
10. Zolang een opvolgend eigenaar niet heeft voldaan aan het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:122 lid 2, heeft hij niet het recht zijn stemrecht uit te oefenen, noch het recht vergaderingen bij te wonen.
11. Het maximum aantal stemmen in de vergadering uit te brengen is gelijk aan de noemer van het hierna in artikel 9 vermelde breukdeel. Iedere eigenaar kan ter vergadering het aantal stemmen uitbrengen gelijk aan de teller van het aan zijn appartementsrecht toegekende breukdeel, zoals hierna in artikel 9 vermeld.
12. Indien een appartementsrecht aan meer personen toekomt, zullen deze hun rechten in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door middel van één hunner of van een derde, daartoe schriftelijk aangewezen.
13. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet tot overeenstemming kunnen komen, is de meest gerede hunner bevoegd de Kantonrechter te verzoeken een derde aan te wijzen als vertegenwoordiger. De aangewezene dient aan de voorzitter van zijn aanwijzing een schriftelijk bewijs over te leggen.
14. Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijke gevolmachtigde, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, behoudens het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:123.
15. Alle besluiten, waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven, worden genomen met volstrekte meederheid der uitgebrachte stemmen.
Blanco stemmen en ongeldig uitgebrachte stemmen gelden als niet te zijn uitgebracht.
Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
Indien bij stemming over personen geen hunner de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen verkrijgt, wordt herstemd tussen de twee personen, die de meeste stemmen op zich verenigd hebben.
Indien meer dan twee personen in dit geval verkeren en een gelijk aantal stemmen hebben verkregen, wordt door loting uitgemaakt, welke twee van hen voor herstemming in aanmerking komen.
Indien het grootste aantal stemmen slechts door één persoon is verkregen, zal worden herstemd tussen die persoon en een persoon, die een aantal stemmen heeft verkregen, hetwelk het dichtst het grootste aantal stemmen nabijkomt, en indien meer personen in dit laatste geval verkeren, zal door het lot worden beslist, wie van hen voor herstemming in aanmerking komt.
Bij deze tweede stemming is alsdan gekozen hij, die de meeste stemmen op zich verenigd heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming de stemmen staken, het lot beslist.
16. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben betuigd.
17. In een vergadering, waarin minder dan de helft van het in het hiervoor sub 11 bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit genomen worden. In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste.
In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan, dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit lid.
In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen, ongeacht het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht.
18. Ieder der eigenaars of gebruikers is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de besluiten der vergadering, voorzover dit rederlijkerwijze van hem verlangd kan worden.
19. Uitgaven, welke betrekking hebben op de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a en welke ten laste komen van alle eigenaars van appartementsrechten en welke een bedrag te bovengaan, gelijk aan tien procent (10 %) van het totale bedrag van de laatste door de vergadering vastgestelde exploitatierekening, voorzover die exploitatierekening betrekking heeft op de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken, als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a, behoeven de goedkeuring van de vergadering, welke haar besluit slechts kan nemen met een meerderheid van tenminste drie/vierde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd, is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen.
In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste.
In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling gedaan worden, dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit lid.
In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen, ongeacht het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht.
20. Het hiervoor in sub 19 bepaalde geldt niet voor uitgaven, met betrekking tot posten, die door de vergadering, overeenkomstig artikel 7 lid 1 en artikel 3 lid b sub 2 op de jaarlijkse begroting zijn geplaatst, voorzover deze posten met niet meer van tien procent (10 %) overschreden worden, of voor uitgaven, waarvoor een speciale reserve is gevormd.
21. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het hiervoor sub 19 bepaalde tot het doen van een uitgave wordt besloten, wordt tevens de extra voorschotbijdrage bepaald, welke door het bestuur te dier zake van de eigenaars kan worden gevorderd, overeenkomstig de breukdelen als hierna in artikel 9 vermeld.
De uitvoering van zodanige besluiten kan eerst geschieden wanneer de voor de uitvoering benodigde gelden in de kas van de vereniging gereserveerd zijn.
22. Het hiervoor in sub 19 bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voorzover deze niet als uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, zulks ter beoordeling van de vergadering, is niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.
23. Tot het aangaan van overeenkomsten, waaruit regelmatig terugkerende verplichtingen, die zich over een langere periode dan een jaar uitstrekken, voortvloeien, met uitzondering van de contracten, die betrekking hebben op het normale beheer, kan slechts door de vergadering worden besloten, voorzover de mogelijkheid hiertoe uit het reglement blijkt.
Van deze bepaling kan zelfs niet met algemene stemmen worden afgeweken.
24. Van het behandelde in de vergadering worden, tenzij hiervan een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter.
Iedere eigenaar kan te allen tijde inzage van de notulen verlangen.
25. Er kan een reservefonds worden gevormd, ter bestrijding van buitengewone uitgaven, welke betrekking hebben op de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a en waarvan de voorschotbijdrage daarin voor alle eigenaars van appartementsrechten bepaald wordt volgens de breukdelen als hierna in artikel 9 lid 1.
Aan dat fonds zal geen andere bestemming worden gegeven, tenzij krachtens besluit van de vergadering met toepassing van het hiervoor sub 19 bepaalde, dan wel na opheffing van de splitsing.
26. De gelden van het reservefonds worden krachtens besluit van de vergadering gedeponeerd op een giro- of bankrekening ten name van de vereniging.
27. Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door de voorzitter en een van de eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na bekomen machtiging van de vergadering, worden beschikt, tenzij die gelden worden gebruikt in overeenstemming met een tevoren vastgestelde begrotingspost.
28. De vergadering zal kunnen besluiten tot belegging van de geldmiddelen van het reservefonds, welke belegging echter niet anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven in de Beleggingswet.
29. De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als door de vergadering bepaald.
c. Bestuur
1. Het bestuur van de vereniging berust bij een of meer bestuurders, die, al dan niet uit de eigenaars, benoemd worden door de vergadering. In het geval er meer bestuurders zijn, benoemen zij een van hen tot voorzitter van het bestuur. Tevens benoemen zij een secretaris en een penningmeester uit hun midden; beide functies kunnen in een persoon verenigd worden.
2. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd en kunnen te allen tijde worden ontslagen.
3. Het bestuur beheert de middelen van de vereniging, waaronder begrepen de gelden, gereserveerd voor het periodiek onderhoud en de noodzakelijke vernieuwingen als bedoeld in artikel 4 eerste lid, onverminderd het bepaalde in artikel 32. De vergadering kan regelen vaststellen, met betrekking tot het beheer van middelen van de vereniging. De vergadering kan besluiten de administratie -waaronder dient te worden verstaan: het incasseren van alle ontvangsten en het doen van alle uitgaven, het voeren van de boekhouding in de meest uitgebreide zin en het verstrekken van de nodige specificaties en opgaven aan de eigenaars en het bestuur, zoals een en ander nader zal worden geregeld in de desbetreffende overeenkomst- op te dragen aan een, door haar aan te wijzen, administratief beheerder, onder de voorwaarden als door haar met die beheerder zullen worden overeengekomen.
4. Voor het instellen van – en berusten in - rechtsvorderingen, het aangaan van dadingen, het aangaan van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen, alsmede voor het aangaan van verbintenissen, voorzover deze in verband met het nemen van spoedeisende maatregelen, welke uit een normaal beheer kunnen voortvloeien noodzakelijk zijn, behoeft het bestuur voor de vorenbedoelde rechtshandelingen, voorzover deze ten laste komen van de exploitatierekening, welke betrekking heeft op de gemeenschappelijke gedeelten en – zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a en welke betreffende rechtshandelingen een belang van tien procent (10 %) van het bedrag van de laatste door de vergadering goedgekeurde exploitatiebegroting te boven gaan, de machtiging van de voorzitter van de vergadering, en voorzover vorenbedoelde rechtshandelingen ten laste komen van de exploitatierekeningen van de onderscheiden groepsraden en een belang van tien procent (10 %) van het bedrag van de laatste door de betreffende groepsraad goedgekeurde exploitatiebegroting te boven gaan, de machtiging van de voorzitter van de betreffende groepsraad.
5. Het bestuur behoeft geen machtiging om verweer te voeren in kort geding en het treffen van conservatoire maatregelen.
6. Het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen, welke die eigenaar mocht verlangen en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op die administratie en dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden; hij houdt de eigenaars op de hoogte van zijn kantooradres en telefoonnummer.
6. Het bestuur legt een register aan van eigenaars en gebruikers. Na kennisgeving als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 122 lid 2 en Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 123 lid 4, wordt het register door hem bijgewerkt.
7. Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te plaatsen op een giro- of bankrekening ten name van de vereniging.
8. Het bestuur dient te bestaan uit een oneven aantal personen. Indien het bestuur uit meer dan één bestuurslid bestaat, besluit het bestuur bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een bestuursvergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd zijn.

Artikel 3 lid b sub 17 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de nieuwe vergadering niet vroeger dan een week na de eerste kan worden gehouden.

Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken

Artikel 4

1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten worden, voorzover aanwezig onder meer gerekend:

  • a. funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, de vloeren (met uitzondering van de afwerklagen in de privé-gedeelten, welke behoren tot het desbetreffende privé-gedeelte), de daken (met uitzondering van de daken direkt boven de privé-gedeelten, aangeduid met de appartementsindexcijfers 575 tot en met 582, welke behoren tot die privé-gedeelten), de technische ruimten ten behoeve van de stadsverwarming, de traforuimten, bordessen op de begane grond, gelegen tussen de privé-gedeelten, aangeduid met de appartementsindexcijfers 20 en 504, respectievelijk 21 en 505, de installaties en leidingen ten behoeve van de stadsverwarming (met uitzondering van de radiatoren, radiatorkranen en leidingen vanaf de bemetering in de privé- gedeelten, welke behoren tot het desbetreffende privé-gedeelte), vuilafvoer, afvoer van hemelwater met de riolering, (warm)water en verder de elektriciteits- en telefoonleidingen, de gemeenschappelijke antenne, de bliksembeveiliging, de alarminstallatie;
  • b. de buitengevels met uitzondering van de aan de straatzijde geplaatste winkelpuien, welke behoren tot het desbetreffende, daarachter gelegen privé-gedeelte (onder buitengevels worden ondermeer begrepen: raamkozijnen, deuren, balkonconstructies, borstweringen en galerijen), bergingsgangen, ventilatiekanalen, de trappenhuizen, hellingbanen, het hek- en traliewerk, loopbruggen, entrees bij trappenhuizen, buitentrappen, trottoirs, installaties ten behoeve van de ventilatie, de liften, de systemen voor oproep en deuropeners;
  • c. de technische ruimte voor het ventilatiesysteem in de parkeerkelder, het ventilatiesysteem in de parkeerkelder, de “rising-step”, de in- en uitritten en de rij/wandelstroken, alsmede de trappenhuizen vanaf de parkeerkelder tot aan de begane grond;


2. Indien er twijfel bestaat of een zaak tot de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover beslist door de vergadering.

3. Een eigenaar of gebruiker heeft het genot van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken, volgens de bestemming daarvan. Hij moet daarbij inachtnemen het reglement en het huishoudelijk reglement en hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegenot van de andere eigenaars of gebruikers.

4. De eigenaars en gebruikers zijn verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de gemeenschappelijke gedeelten, voorzover deze niet voor verblijf voor korte of lange tijd bestemd zijn en het daarin plaatsen van fietsen, bromfietsen of andere voorwerpen op plaatsen, die hiervoor niet zijn bestemd.

5. De wanden en/of plafonds van de gemeenschappelijke gedeelten mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen of andere voorwerpen en het aanbrengen van reklame, decoraties en dergelijke.

6. De betreffende groepsraad kan met betrekking tot de voor haar rekening komende gemeenschappelijke gedeelten en zaken tot de hiervoor in lid 5 genoemde handelingen toestemming verlenen, aan die toestemming voorwaarden verbinden en een reeds verleende toestemming intrekken.

7. Iedere op-, aan- of onderbouw, zonder toestemming van de betreffende groepsraad is verboden.

8. Het aanbrengen van naamborden, reklame-aanduidingen, uithangborden, zonneschermen, vlaggen, bloembakken en andere uitstekende voorwerpen mag slechts geschieden met toestemming van de voorzitter van de betreffende groepsraad of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. De voorzitter van de groepsraad kan aan die toestemming voorwaarden verbinden. Een verleende toestemming, zoals in dit lid bedoeld, kan –tenzij anders is bepaald- worden ingetrokken.

In afwijking van het hiervoor in lid 8 bepaalde mag de eigenaar van een privé-gedeelte met bestemming winkel-/bedrijfsruimte zonder toestemming van de vergadering of de voorzitter van de groepsraad, aan de winkelpui van zijn privé-gedeelte reclame-uitingen en dergelijke aan te brengen, met inachtneming van de navolgende bepalingen.

Deze reclame-uitingen en dergelijke mogen geen andere teksten bevatten, dan die welke verband houden met het in het desbetreffende privé-gedeelte uitgeoefende bedrijf of beroep en mogen geen hinderlijk (naar boven) uitstralend noch knipperend licht verspreiden.
Voordat deze reclame-uitingen en dergelijke worden aangebracht, dient de desbetreffende eigenaar de eventueel benodigde vergunningen te hebben aangevraagd en verkregen.
De eventueel voor deze reclame-uitingen en dergelijke verschuldigde precariorechten, zijn voor rekening van de desbetreffende eigenaar van deze reclame-uitingen en dergelijke.

9. Iedere eigenaar of gebruiker is te allen tijde bevoegd tot het nemen van maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor de gemeenschappelijke gedeelten of gemeenschappelijke zaken onmiddellijk dreigend gevaar.
Hij is alsdan verplicht het bestuur onmiddellijk te waarschuwen.

10. De eigenaars of gebruikers mogen, zonder toestemming van de vergadering, geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor de hechtheid ervan in gevaar zou worden gebracht of waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou worden, met uitzondering van de aan de straatzijde geplaatste winkelpuien. De eigenaar van een privé-gedeelte met bestemming winkel-/bedrijfsruimte mag, geheel voor zijn rekening en risico, de tot dat privé-gedeelte behorende winkelpui wel veranderen.


Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van privé-gedeelten

Artikel 5

1. Iedere eigenaar of gebruiker heeft het recht op uitsluitend gebruik van zijn privé-gedeelte, mits hij bij de uitoefening van dat recht het reglement en het huishoudelijk reglement in acht neemt en mits hij aan de ander eigenaars en gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt.
De eigenaars en gebruikers zijn verplicht het privé-gedeelte te gebruiken overeenkomstig de na te noemen bestemming:

  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 2 tot en met 7 en 10 tot en met 12 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als woning met daarbijbehorende praktijkruimte en berging:
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 1 en 45 tot en met 106, 115 tot en met 176, 185 tot en met 282 en 559 tot en met 574 zijn uitsluitend tot gebruik als woning met daarbijbehorende berging;
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 13 tot en met 36 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als woning met daarbijbehorende berging en tuin;
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 8 en 9 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als woon/praktijkruimte;
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 283 tot en met 287 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als praktijkruimte;
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 288 tot en met 298 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als bedrijfruimte; in deze privé-gedeelten mag een bedrijf, mits geen winkelbedrijf worden uitgeoefend en mogen bedrijfsgoederen worden opgeslagen;
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 299 tot en met 501 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als parkeerplaats;
  • het privé-gedeelte aangeduid met het appartements-indexcijfer 503 zal uitsluitend bestemd zijn tot gebruik als openbare weg; de tot het privé-gedeelte van het appartements-indexcijfer 503 behorende winkelstraat boven de parkeerkelder omvat de uit straatstenen bestaande afwerklaag van het wegdek, alsmede de afvoerputten en de riolering, die in en onder de winkelstraat zijn aangebracht ten behoeve van de afvoer van hemelwater, op de winkelstraat gevallen, zomede de ten behoeve van de openbare verlichting in de gebouwen aangebrachte bedradingen, leidende naar de lichtarmaturen, alsmede de lichtarmaturen en lampen;
  • de privé-gedeelten aangeduid met de appartements-indexcijfers 504 tot en met 506 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als bedrijfsruimten;
  • de privé-gedeelten aangduid met de appartements-indexcijfers 575 tot en met 582 zijn uitsluitend bestemd tot gebruik als winkel-/bedrijfsruimte;
  • het privé-gedeelte aangeduid met het appartements-indexcijfer 583 is uitsluitend bestemd tot gebruik als berging.


Een gebruik dat afwijkt van vorenbedoelde bestemmingen is slechts geoorloofd met toestemming van de desbetreffende groepsraad.
Deze groepsraad kan bij het verlenen van de toestemming bepalen, dat deze weer kan worden ingetrokken.
Ingeval van wijziging van de bestemming van een privé-gedeelte is het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:119 lid 2 van toepassing.

2. Iedere eigenaar of gebruiker is verplicht zijn privé-gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot dat onderhoud behoort met name het schilder-, behang- en tegelwerk, de plafonds, de afwerklagen van vloeren en balkons, het stucwerk, het schoonhouden en ontstoppen van alle sanitair en leidingen, de reparatie en vervanging van hang- en sluitwerk aan deuren en ramen, ook aan die, welke zich in de buitengevel bevinden of de scheiding vormen tussen de gemeenschappelijke gedeelten en het privé-gedeelte, de reparatie en vervanging van de privé-brievenbus, voor zover deze zich in of aan een privé-gedeelte bevindt, de reparatie van radiatoren en radiatorkranen en leidingen vanaf de bemeteringen.

3. Iedere eigenaar of gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken, ook wanneer laatstgenoemde zaken zich in zijn privé-gedeelte bevinden.

4. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten of zaken de toegang tot of het gebruik van een privé-gedeelte noodzakelijk is, is de betreffende eigenaar verplicht hiertoe zijn toestemming te verlenen.
Eventuele schade, die hieruit voortvloeit, wordt door de vereniging vergoed.

5. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot een privé-gedeelte de toegang tot of het gebruik van een ander privé-gedeelte noodzakelijk is, kan de toestemming van de eigenaar met toepassing van het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:121, vervangen worden door een machtiging van de Kantonrechter.

6. In het geval dat in een privé-gedeelte belangrijke schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor ernstige hinder van de andere eigenaars of gebruikers, dient de eigenaar of de gebruiker het bestuur hiervan onverwijld in kennis te stellen.

7. Glasschade in of aan een privé-gedeelte komt voor rekening van de betrokken eigenaar of gebruiker.

8. De eigenaars of gebruikers van de privé-gedeelten gelegen direkt onder het dak, zijn verplicht de installaties voor radio, televisie en dergelijke, welke met toestemming of krachtens besluit van de vergadering op het dak worden aangebracht, te gedogen.

9. De eigenaars of gebruikers van de privé-gedeelten moeten de hoofdaansluitingen van stadsverwarming, water, elektriciteit, telefoon, radio en televisie met bijbehorende meters en installaties gedogen, alles voor zover deze niet in de gemeenschappelijke gedeelten zijn/worden geplaatst.

10.Iedere eigenaar of gebruiker is tegenover de andere eigenaars of gebruikers aansprakelijk voor de schade toegebracht aan het gebouw of de gemeenschappelijke zaken en voor onredelijke hinder veroorzaakt door de schuld van hemzelf, zijn personeel of van zijn huisgenoten en hij is verplicht voor zover dit redelijk is, maatregelen te nemen of te dulden, die de strekking hebben, bedoelde schade te voorkomen.

11.
a.Het voortbrengen van muziek en andere storende geluiden is tussen ’s-avonds vierentwintig uur en ’s morgens zeven uur verboden.
b.Het is verboden:

I.Op de terrassen muziek en andere storende geluiden voort te brengen en open vuren te hebben.
II.Harde vloerbedekking aan te brengen of te gebruiken, welke niet voorzien is van een behoorlijke geluidwerende onderlaag.

12.Alle privé-gedeelten met uitzondering van de zich daarin bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken, zijn voor rekening en risico van de betrokken eigenaars.

13.Het in lid 12 bepaalde geldt niet voor schade, met uitzondering van de glasschade conform artikel 5 lid 7, die veroorzaakt is door een evenement, dat buiten de betrokken privé-gedeelten heeft plaatsgehad. In dat geval komt de schade voor de eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene, die voor de schade aansprakelijk is.

14.Alle zich in het privé-gedeelte bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken zijn voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk, zulks conform de kosten toerekening als bedoeld in artikel 9, lid 2, juncto artikelen 4 en 6, onverminderd hun verhaal op degene, die voor de schade aansprakelijk is.

15.De eigenaars en gebruikers zijn gehouden zicht te gedragen naar de voorschriften en bepalingen van het huishoudelijk reglement.

16.De eigenaar of gebruiker van een privé-gedeelte, voor zover bestemd als tuin, is verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan te leggen en te onderhouden.

17.De vierde titel van het boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is op de eigenaars en gebruikers van toepassing.

18.Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering opgaand hout in de tuin te hebben, waardoor het uitzicht van de andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van licht en lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden belemmerd.

19.Het is evenmin zonder toestemming van het bestuur geoorloofd tegen muren planten of heesters te laten opgroeien tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste raamkozijn van de eerste etage.

20.Een reeds verleende toestemming kan worden ingetrokken, nadat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

21.Iedere eigenaar of gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten, waardoor schaden kan worden toegebracht aan de belangen van hypotheekhouders en andere zakelijke gerechtigden en hij is verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van die schade.

Schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke eigenaren

Artikel 6

1. Tot de schulden en kosten als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:112 lid 2 onder a worden ondermeer gerekend: a. met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a:

de opstalverzekering, de wettelijke aansprakelijkheids-verzekering en de glasverzekering van de gemeen-schappelijke ruimten, alle inclusief assurantiebelasting;
de kosten van het technisch- en administratief beheer;
het (warm) water en elektriciteitsverbruik ten behoeve van de schoonmaakruimte in de parkeerkelder;
het onderhoud van de vuilwaterpompen en circulatiepompen van de stadsverwarming;
de reservering inzake de vuilwater- en circulatiepompen van de stadsverwarming;
(de reservering inzake) het onderhoud van het dakwerk;
het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten als hiervoor in artikel 4 lid 1 sub a genoemd;
het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen of een derde;
de kosten van een rechtsgeding waarin de gezamenlijke eigenaars als eiser of als verweerders optreden;
de verschuldigde publiekrechtelijke lasten, voor zover geen aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars;

b: met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b:

de kosten van het technisch- en administratief beheer;
de elektra ten behoeve van de liften en dakventilatoren;
de elektra ten behoeve van de verlichting van de trappenhuizen, bergingen, bergingsgangen, galerijen en loopbruggen;
het schoonhouden van beglazing van de gemeenschappelijke gedeelten en –zaken (binnen en buiten);
het schoonhouden van de gemeenschappelijke gedeelten en –zaken van de woningen en/of praktijk/bedrijfsruimten inclusief hellingbanen en liftkooien;
het onderhoud van de liften;
het onderhoud van de liftinstallaties op uitgebreide basis en periodieke keuringen van deze installaties;
het onderhoud van de buitengevels als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b;
het onderhoud van de dakventilatoren;
het verfwerk en de reservering daarvoor;

c: met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub c:

de kosten van het technisch- en administratief beheer;
het verfwerk en de reservering daarvoor;
de elektra ten behoeve van de verlichting van de in- en uitritten en de overige toegangen, alsmede de elektra ten behoeve van de ventilatiepompen;
het schoonhouden van de parkeergarage, inclusief de in- en uitritten en overige toegangen;
het onderhoud van de ventilatiepompen en al datgene wat met de ventilatie samenhangt;
de reservering voor de ventilatoren.

2. Tot elk der kostengroepen zal als bedoeld in het vorige lid sub a tot en met d behoren eveneens:

de kosten, welke gemaakt zijn in verband met het normale onderhoud of het normale gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van de gemeenschappelijk zaken of tot het behoud daarvan, voorzover hiervoor in dit artikel niet met name genoemd;
de kosten, welke verband houden met noodzakelijke herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voorzover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:121 niet ten laste komen van bepaalde eigenaars.

Jaarlijkse exploitatierekening en begroting van de vereniging van appartementseigenaars en de door de leden van die vereniging te storten bijdragen

Artikel 7

1. Van de gezamenlijke schulden en kosten, genoemd in het vorige artikel, alsmede van een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de kosten verbonden aan het periodiek schilderwerk en noodzakelijke vernieuwingen wordt jaarlijks door het bestuur een begroting ontworpen en na voorafgaande goedkeuring van de deelbegrotingen door de respectieve groepsraden ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze begroting bestaat uit de deelbegroting betreffende de gezamenlijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub a, alsmede uit de deelbegrotingen betrekking hebbende:

voor wat betreft elk der groepsraden genummerd 1 tot en met 8 op de gemeenschappelijke gedeelten en –zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b, voorzover die gedeelten en zaken dienstbaar zijn aan en/of strekken ten behoeve van de respectieve groepsraden en op de daarmee verband houdende schulden en kosten als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub b;
voor wat betreft de groepsraad genummerd 9 op de gemeenschappelijke gedeelten en –zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub c, voorzover die gedeelten en zaken dienstbaar zijn aan en/of strekken ten behoeve van de groepsraad genummerd 9 en op de daarmee verband houdende schulden en kosten als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c;
voor wat betreft de groepsraad genummerd 10 op de gemeenschappelijke gedeelten en –zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub d, voorzover die gedeelten en zaken dienstbaar zijn aan en/of strekken ten behoeve van de groepsraad genummerd 10 en op de daarmee verband houdende schulden en kosten als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub d.

2.

a. Met ingang van een nader door het bestuur te bepalen datum zal door de eigenaars ten behoeve van de vereniging bij wijze van voorschotbijdrage maandelijks aan het bestuur worden overgemaakt het één/twaalfde gedeelte van het bedrag van hun na te melden aanslag in de onder het vorige lid bedoelde begrote schulden en kosten, bij welk bedrag gevoegd wordt het één/twaalfde gedeelte van het bedrag, dat de eigenaars uit hoofde van de in lid 12 van dit artikel en in artikel 3 lid b sub 21 bedoelde omslag verschuldigd zijn, alsmede een jaarlijks te bepalen bedrag, zulks tot het vormen een reservefonds, zoals in lid 14 tot en met 18 van dit artikel en in artikel 3 lid b sub 25 tot en met 29 omschreven;
b. indien een vergadering, waarin de begroting ter goedkeuring aan de vergadering wordt voorgelegd, later plaatsvindt dan de ingangsdatum van het boekjaar, waarop de begroting betrekking heeft, zal de door de eigenaars maandelijks te betalen voorschotbijdrage als bedoeld in lid 2 sub a van dit artikel door het bestuur voorlopig worden vastgesteld op basis van de begroting van het voorafgaande boekjaar.

3. Het in het navolgende lid bedoelde boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

4. Na afloop van elk boekjaar wordt ter berekening van de door iedere eigenaar verschuldigde definitieve bijdrage overeenkomstig het in artikel 9 lid 2 bepaalde, door het bestuur een exploitatierekening opgesteld over dat boekjaar en na voorafgaande goedkeuring van de deelexploitatierekeningen door de respectieve groepsraden ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. In deze rekening zullen de opbrengsten, kosten en schulden van dat boekjaar worden opgenomen, tot welke schulden en kosten ook gerekend zullen worden de in lid bedoelde, naar tijdsduur evenredige gedeelten van de kosten van periodiek schilderwerk en periodieke noodzakelijke vernieuwingen.

De op de laatste kosten betrekking hebbende begrotings- respectievelijk exploitatiekosten zullen, voorzover in enig jaar niet uitgegeven, telkenjare worden overgebracht naar speciale bestemmingreserves (waarover door het bestuur – zulks te zijner beoordeling – periodiek kan worden beschikt) zonder geacht te worden te behoren tot- of deel uit te maken van de in lid 14 van dit artikel en artikel 3 lid b sub 25 genoemde reservefondsen en zonder dat de desbetreffende posten op enigerlei wijze in aanmerking zullen worden genomen ter berekening van eventuele exploitatie-overschotten als bedoeld in het volgende lid van dit artikel.

5. Overschotten betrekking hebbende op de exploitatierekeningen van een bepaald boekjaar zullen naar de daarop betrekking hebbende speciale bestemmingsreserves worden overgeboekt, zonder dat er sprake is van het reservefonds als bedoeld in lid 14 van dit artikel en artikel 3 lid b sub 25.

6. Mocht de exploitatierekening een tekort opleveren, dan kan worden voorgesteld, mits de bestemmingsreserves toereikend zijn, deze tekorten ten laste van bedoelde reserves te brengen, terwijl de eigenaars het dan nog resterende tekort binnen één maand na daartoe door het bestuur te zijn aangemaand, moeten aanzuiveren.

7. Indien een eigenaar niet binnen acht dagen, na verloop van de in het vorige lid genoemde termijn het door hem verschuldigde heeft voldaan, is hij daarover rente verschuldigd, waarvan het percentage overeenkomt met het percentage van de wettelijk interest, verhoogd met twee procent (2%). Het hierna te noemen artikel 13 is niet van toepassing.

8. Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen zes maanden na verloop van de termijn als bedoeld in lid 7 heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen over de andere eigenaars in de verhouding van de breukdelen als hierna in artikel 9 vermeld, ongeacht de maatregelen, die jegens de nalatige eigenaar kunnen worden genomen en behoudens recht van verhaal van de andere eigenaars op de nalatige eigenaar.

9. Uiterlijk twee maanden vóór de vaststelling van de vorenbedoelde begroting en exploitatierekening door de jaarlijkse vergadering zal het bestuur aan elk der groepsraden als bedoeld in lid 1 van dit artikel de respectieve deelbegrotingen casu quo deelexploitatierekeningen ter goedkeuring voorleggen. 10.Uitgaven, welke betrekking hebben op de gemeenschappelijke gedeelten en zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b tot en met d en welke ten laste komen van de eigenaars behorende tot de desbetreffende groepsraden overeenkomstig de breukdelen zoals hierna in artikel 15 gemeld en welke een bedrag te boven gaan gelijk aan tien procent (10%) van het totale bedrag van de laatste door de betreffende groepsraad goedgekeurde deelexploitatierekening, behoeven de goedkeuring van de betreffende groepsraad.

11.Het in het vorige lid bepaalde geldt niet voor uitgaven met betrekking tot posten die in de deelbegroting als bedoeld in lid 1 van dit artikel zijn geplaatst en welke overeenkomstig lid 9 van dit artikel door de betreffende groepsraad is goedgekeurd, voor zover deze posten met niet meer dan tien procent (10 %) overschreden worden of voor uitgaven, waarvoor een speciale reserve is gevormd.

12.Indien de betreffende groepsraad overeenkomstig het hiervoor in lid 10 van dit artikel bepaalde het doen van een uitgave heeft goedgekeurd, wordt tevens de extra voorschotbijdrage bepaald, welke door het bestuur te dier zake van de eigenaars kan worden gevorderd overeenkomstig de desbetreffende breukdelen als hierna in artikel 15 gemeld.
De uitvoering van zodanige besluiten kan eerst geschieden wanneer de voor de uitvoering benodigde gelden ten behoeve van de desbetreffende groepsraad in de kas van de vereniging gereserveerd zijn.

13.Het in lid 10 van dit artikel bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, zulks ter beoordeling van de desbetreffende groepsraad, is niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.

14.Er kan een reservefonds worden gevormd ter bestrijding van buitengewone uitgaven, welke betrekking hebben op de gemeenschappelijke gedeelten en zaken als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b tot en met d en waarvan de voorschotbijdragen daarin voor de eigenaars behorende tot de desbetreffende groepsraden worden bepaald volgens de breukdelen als hierna in artikel 15 gemeld.
Aan dit fonds zal geen andere bestemming worden gegeven tenzij na goedkeuring van de desbetreffende groepsraad dan wel na opheffing van de splitsing.

15.De in het vorige lid bedoelde gelden van het reservefonds worden na goedkeuring door de desbetreffende groepsraad gedeponeerd op een giro- of bankrekening ten name van de vereniging.

16.Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door het bestuur tezamen met de voorzitter van de desbetreffende groepsraad, en na bekomen machtiging van de desbetreffende groepsraad, worden beschikt, tenzij die gelden worden gebruikt in overeenstemming met een tevoren door de desbetreffende groepsraad goedgekeurde begrotingspost.

17.De betreffende groepsraad zal kunnen besluiten tot belegging van de geldmiddelen van het reservefonds, welke belegging echter niet anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven in de Beleggingswet. 18.De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als door de desbetreffende groepsraad bepaald.


Het in gebruik geven door de eigenaar van zijn privégedeelte aan een gebruiker

Artikel 8

1. Indien een eigenaar zijn prive gedeelte met inbegrip van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik wil geven, zal die ander het gebruik slechts kunnen verkrijgen na ondertekening van een in tweevoud opgemaakte en gedagtekende verklaring, dat hij dit reglement en het huishoudelijk reglement, alsmede een besluit als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:128, voor zover die op een gebruiker betrekking hebben, zal naleven.

2. Van de in lid 1 bedoelde verklaring behouden zowel de gebruiker als het bestuur elk een exemplaar.

3. Onverminderd het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:140 zal de in lid 1 bedoelde verklaring geacht worden ook betrekking te hebben op besluiten en bepalingen, die eerst na die verklaring worden vastgesteld, tenzij een beroep op die bepalingen jegens de gebruiker in strijd zou zijn met de goede trouw.

4. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of verandering van het reglement of huishoudelijk reglement, alsmede van een besluit als bedoeld in artikel 5: 128 van het Burgerlijk Wetboek, op de hoogte stellen.

5. Het bestuur kan te allen tijde verlangen, dat de gebruiker zich jegens de vereniging als borg verbindt voor de eigenaar en wel voor de richtige voldoening van hetgeen laatstgenoemde ingevolge het reglement aan de vereniging schuldig is of zal worden.

6. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot verplichtingen van de betrokken eigenaar, die opeisbaar worden na het tijdstip, waarop per aangetekende brief door het bestuur aan de gebruiker is medegedeeld, dat de vereniging van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken. Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van de hier bedoelde borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het desbetreffende prive gedeelte. Verlangd zal kunnen worden, dat de borg afstand doet van het voorrecht van uitwinning en schuldsplitsing en van alle andere voorrechten en excepties door de wet aan borgen toegekend of nog toe te kennen.

7. De gebruiker, die zonder de hiervoor in lid 1 bedoelde verklaring getekend te hebben of zonder de in lid 5 en 6 bedoelde verplichting te zijn nagekomen, een prive gedeelte betrokken heeft, kan door het bestuur hieruit verwijderd worden en hem kan het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken worden ontzegd.

8. Indien iemand zonder enige titel een prive gedeelte betrokken heeft, kan hij hieruit door het bestuur worden verwijderd als onherroepelijk hiertoe door de eigenaars gemachtigd.
Het bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat hij de betrokkene tot ontruiming heeft aangemaand.
Van het bevel tot ontruiming staat binnen veertien dagen beroep open op de vergadering.


Aandelen in de bijdragen in de schulden en kosten, die voor gemeenschappelijke rekening zijn

Artikel 9 (Aandelen, die door de splitsing ontstaan en aandelen in de verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten, die voor gemeenschappelijke rekening zijn) is in deze versie verwijderd.

Ga naar Voorschotbijdragen


Ontzegging van het gebruik van privégedeelten

Artikel 10

1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en die:

a. de bepalingen van het reglement of het huishoudelijk reglement of de bepalingen bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:128 niet nakomt of overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de andere eigenaars en/of gebruikers; kan door het bestuur een waarschuwing worden gegeven, nadat de betrokkene op een termijn van veertien dagen door hem in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

2. Wordt één of meer der in het vorige lid bedoelde gedragingen binnen een jaar andermaal gepleegd of wordt deze voortgezet, dan kan de vergadering besluiten tot ontzegging van het gebruik van het privé-gedeelte, dat aan de eigenaar toekomt.
3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing of besluit niet tot ontzegging van het gebruik dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de eigenaar. De oproeping geschiedt tenminste veertien dagen voor de dag van de vergadering, en wel bij aangetekende brief, met vermelding van de gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen of doen bijstaand door een raadsman.
4. De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering, waarin tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen vertegenwoordigd is.
Artikel 3 lid b sub 19 is van overeenkomstige toepassing.
5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur bij aangetekend schrijven ter kennis van de belanghebbende en van de op zijn appartementsrecht ingeschreven hypotheekhouders gebracht. De besluiten zullen de grond vermelden, die tot de maatregelen hebben geleid.
6. Een besluit tot ontzegging van het gebruik zal niet eerder ten uitvoer mogen worden gelegd, dan na verloop van een termijn van een maand na verzending van de kennisgeving als in lid 5 bedoeld. Beroep op de rechter ingevolge het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:130 schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit met dien verstande, dat de schorsing wordt opgeheven, wanneer de rechter zich met het besluit verenigt, zelfs wanneer de betrokkene tegen deze uitspraak de rechtsmiddelen van hoger beroep of cassatie zou kunnen aanwenden.
7. Indien een eigenaar zijn privé-gedeelte in gebruik heeft gegeven, is het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker van toepassing, wanneer deze een gedraging verricht als vermeld in lid 1 of indien hij niet voldoet aan de financiële verplichtingen voortvloeiende uit de door hem gestelde borgtocht.


Artikel 11

A. Vervreemding en bezwaring van het appartementsrecht

1. Een appartementsrecht kan worden vervreemd en met hypotheek en andere zakelijke rechten worden bezwaard, met inachtneming van het hierna bepaalde. Onder vervreemding valt ook toedeling.
2. Voor de terzake van het verkregen appartementsrecht verschuldigde voorschot-bijdragen en definitieve bijdragen, die in het lopende of in het voorafgaande boekjaar opeisbaar zijn geworden of nog zullen worden, zijn de verkrijger en de vroegere eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.
3. Alleen de vroegere eigenaar is aansprakelijk voor de extra voorschot-bijdragen bedoeld in artikel 3 lid b sub 21 en artikel 7 lid 10 en de definitieve bijdragen, die verschuldigd zijn als gevolg van besluiten van de vergadering, die tot stand zijn gekomen in het tijdvak, gedurende hetwelk hij eigenaar was. Hetzelfde geldt voor bijzondere bedragen verschuldigd terzake van andere rechtsfeiten, die in voormeld tijdvak hebben plaatsgehad.
4.In afwijking van het vorige lid is uitsluitend de nieuwe eigenaar aansprakelijk voor assurantiepremiën en het verschuldigde loon aan het bestuur, voorzover deze premie of dat loon opeisbaar is geworden na de vervreemding.
5. Het bestuur zorgt ervoor, dat alle daarvoor in aanmerking komende overeenkomsten op naam van de nieuwe eigenaar gesteld worden.


Artikel 11 B (Bijzondere bepalingen) is in deze versie verwijderd.


Regeling omtrent verzekering

Artikel 12

1. Het gebouw zal door het bestuur worden verzekerd bij een of meer door de vergadering aan te wijzen verzekeraar(s) tegen brand, waaronder begrepen ontploffingsschade, wettelijke aansprakelijkheid en tegen glasschade, voorzover betrekking hebbende op de gemeenschappelijke gedeelten en –zaken. Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het aangaan van de verzekering tegen andere gevaren.
2. Het bedrag der verzekeringen wordt vastgesteld door de vergadering; het zal wat de brandverzekering betreft, moeten overeenstemmen met de herbouwkosten van het gebouw; de vraag of deze overeenstemming bestaat, zal jaarlijks gecontroleerd moeten worden door een deskundige.
3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten ten name van de gezamenlijke eigenaars.
Hij is daartoe slechts bevoegd indien het bepaalde in lid 5 wordt nageleefd. Het bepaalde in de beide vorige leden van dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de verzekeringsovereenkomsten betreffende het gebouw die reeds ten tijde van de splitsing in appartementen van het gebouw mochten bestaan; zodanige verzekeringsovereenkomsten mogen door het bestuur niet worden opgezegd, dan met inachtneming van hetgeen bij die overeenkomsten daaromtrent is bepaald.
4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten uit te keren schadepenningen, indien deze een bedrag van één procent (1%) van de uit te keren som te boven gaan, te doen plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de schade krachtens een besluit van de vergadering, door het bestuur te openen afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging, die de op deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars; ten aanzien van de op deze rekening te storten gelden is artikel 3 lid b sub 27 en 29 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de gelden steeds bestemd moeten blijven voor het herstel of de wederopbouw, onverminderd het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:136 lid 4.
In het geval bedoeld in artikel 4:136 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek zal, indien een eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim, welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel van de betreffende eigenaar dienen te geschieden aan de verzekeraar.
5. Het bestuur dient er voor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomst de volgende clausule bevat:
Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw geplitst is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
Een daad of verzuim van de eigenaar, welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden tot uitkeringen van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze polis voortvloeiende rechten onverlet.
Niettemin zullen de ondergetekenden in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de uitkering de wens daartoe te kennen hebben gegeven, een aandeel in de schadepenningen, overeenkomende met het aandeel waarin de betreffende eigenaar in de gemeenschap is gerechtigd, van deze terug te vorderen.
Ingeval van toepassing van het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:136 lid 4 zal de uitkering van het aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden aan de ondergetekenden.
Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag van éénduizend éénhonderdvierendertig euro en vijfenveertig eurocent (€ 1.134,45) te boven dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de vergadering van eigenaars, zulks blijkende uit een door de voorzitter gewaarmerkt afschrift van de notulen der vergadering.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zullen ondergetekenden tegenover alle belanghebbenden volledig zijn gekweten.
6. Ingeval door de eigenaars besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:136 leden 2 t/m 4 en Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:138 van toepassing, met dien verstande , dat uitkering van het aan iedere eigenaar toekomende aandeel in de assurantiepenningen aan deze slechts zal kunnen geschieden met toestemming van degenene, die op het desbetreffende appartementsrecht een recht van hypotheek hebben.
7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel en herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort,

in de verhouding vermeld in artikel 9 lid 2,
onverminderd het verhaal op degene, die voor de schade aansprakelijkheid is.

8. Iedere eigenaar is bevoegd een suppletoire verzekering af te sluiten. In het geval bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:119 lid 2 is het bestuur tot het sluiten van een suppletoire verzekering verplicht.

Boetebepaling

Artikel 13

1. Bij overtreding van één der bepalingen van de wet, van het reglement of van krachtens dit reglement vast te stellen huishoudelijk reglement of verdere regels, hetzij door een eigenaar, hetzij door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding.
2. Indien de betrokkene geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan de vergadering hem een boete opleggen van ten hoogste vierduizend vijfhonderdzevenendertig euro en tachtig eurocent ( € 4.537,80), voor elke overtreding, onverminderd de gehoudenheid van de overtreder tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement.
3. Het bepaalde in de vorige leden van dit artikel is niet van toepassing indien een eigenaar zijn financiele verplichtingen jegens de vereniging of jegens de gezamenlijke eigenaars niet of niet tijdig nakomt.
4. De te verbeuren boeten komen ten bate van het reservefonds als bedoeld in artikel 3 lid b sub 25.


Huishoudelijk reglement

Artikel 14

1. Behoudens het bepaalde in de voorafgaande artikelen kan het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden geregeerd door een huishoudelijk reglement.
2. De regels als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek boek 5 artikel 5:119 lid 2 zullen in het huishoudelijk reglement worden opgenomen en met het reglement niet in strijd mogen zijn.
Ook op deze regels is het in het voorgaande lid bepaalde van toepassing.
3. Bij vervreemding van een appartementsrecht is de nieuwe eigenaar, die het privé-gedeelte zelf in gebruik wil nemen, verplicht een verklaring te tekenen, dat hij de bepalingen van het huishoudelijk reglement zal naleven.
Voor de toepassing van deze bepaling wordt het vestigen van een zakelijk genotsrecht op een appartementsrecht met vervreemding gelijk gesteld.


Groepsraden

Artikel 15

Lid 1 is uit dit artikel verwijderd.

Lid 2.

a. Iedere groepsraad dient uit haar leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter te kiezen. Bij ontstentenis of verhindering van de voorzitter komen zijn bevoegdheden toe aan de plaatsvervangend voorzitter.
De voorzitter casu quo de plaatsvervangend voorzitter worden gekozen voor de duur van twee jaren. Bij ontstentenis of verhindering van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter kiest de groepsraad uit haar leden tijdelijk een plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter défungeren als zodanig van rechtswege, zodra zij ophouden eigenaars te zijn.
b. De groepsraad regelt zelf zijn werkzaamheden en neemt al zijn besluiten, met uitzondering van die welke hierna genoemd worden in lid d van dit lid, bij gewone meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin tenminste de helft van het aantal voor de desbetreffende groepsraad geldende maximum aantal stemmen tegenwoordig of vertegenwoordigd is. In een vergadering, waarin minder dan de helft van het maximum aantal stemmen als hiervoor bedoeld kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen. In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan één en niet later dan twee weken na de eerste vergadering.
In de oproeping voor deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit lid. In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het aantal stemmen dat ter vergadering kan worden uitgebracht. In de betreffende groepsraad kan ieder lid het aantal stemmen uitbrengen als in lid 1 is vermeld achter het indexnummer, hetwelk betrekking heeft op het appartementsrecht welk hij in eigendom heeft,
c. Met een besluit van de vergadering wordt gelijk gesteld een voorstel waarmede alle leden van de groepsraad zich schriftelijk accoord hebben verklaard.
d. Besluiten omtrent aangelegenheden als bedoeld in artikel 7 leden 10 en 14 kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van het totaal aantaal stemmen vertegenwoordigd is. In een vergadering waaraan minder dan twee/derde van het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht kan geen geldig besluit worden genomen. In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven op de wijze als hiervoor sub b genoemd.
e. Het bestuur kan termijnen, niet korter dan veertien dagen, stellen, waarbinnen op zijn verzoek de betreffende groepsraad haar besluit dient te nemen.
f. Op alle besluiten van de groepsraad is het bepaalde in artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
g. Van het behandelde in de vergadering wordt, tenzij hiervan een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter van de groepsraad.
h. Artikel 46 van het Wetboek van Koophandel is ten deze van overeenkomstige toepassing.
i. Ieder lid van de groepsraad kan te allen tijde inzage van notulen verlangen.


Artikel 16

Bijzondere bepalingen

1. Met betrekking tot ondersplitsing:

De appartementsrechten aangeduid met de indexcijfers 504, 505 en 506 kunnen worden ondergesplitst in appartementsrechten, zonder dat daartoe de toestemming van de vergadering vereist is.

2. Terzake van het gebruik van- en verkeer in de parkeerkelder- en op het weggedeelte als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a alsmede op de rij/wandelstrook als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub d zijn voorzover mogelijk naar analogie van toepassing de bepalingen op het gebied van de verkeerswetgeving zoals het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, de Wegenverkeerswet en het Wegenverkeersreglement.

Erfdienstbaarheid van overbouw

In geval van vervreemding van voormelde appartementsrechten, zal in de respectieve akten een erfdienstbaarheid van overbouw worden opgenomen, welke voorkomt in de eigendomsbewijzen van de Eigenaars, woordelijk luidende: De erfdienstbaarheid van overbouw, betreffende de overbouw van loggia’s en erkers op de begane grond en op de eerste en tweede verdieping, een en ander zoals is bepaald in het bestek betreffende de bouw en wel, ten nutte van het perceel kadastraal bekend gemeente Zuidelijk Flevoland, sectie K, nummer 69, waartoe de betreffende overbouw door natrekking zal behoren, en ten laste van het aan de Staat in eigendom toebehorende perceel kadastraal bekend gemeente Zuidelijk Flevoland, sectie K, nummer 71, voor welke erfdienstbaarheid zullen gelden de navolgende bepalingen:

1. De kosten van onderhoud en herstel van de overbouw komen voor rekening van de eigenaar van het heersende erf;
2. voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid is generlei vergoeding verschuldigd.

Akte van Splitsing VvE Marehof - complete versie

Bestuur

Voorzitter van de vergadering

Splitsingstekening

Huishoudelijk Reglement

Documenten

Persoonlijke instellingen